So close, yet so far
Ik heb op 30 cm. van Sly Stone gestaan. Op zich niets iets wat zo bijzonder klinkt, maar als je hebt meegemaakt hoe die man aankwam – een uur nadat z’n concert was begonnen – backstage dan snap je hoe bijzonder dit is.
Iedereen, ook geweldige muzikanten als Roy Hargrove en Poogie Bell, werd uiterst onbeleefd 30 meter van de ingang afgehouden totdat een busje zowat het podium op reed. Ik wachtte gespannen op een grote, in het goud geklede funk-ster met hanekam maar pas toen ik iedereen foto’s zag maken van een klein, in het wit gekleed mannetje besefte ik dat dat Sly Stone was! Zijn bodyguard – langer dan de deur van de kleedkamer en twee keer zo breed als ik – liep in de weg, dus foto’s maken was moeilijk.
Teleurgesteld ging ik maar in de zaal kijken hoe de oude Sly het deed. En dat was best goed. Zijn lichaam kreupel, zijn stem verre van dat. Het funkte als vanouds. Plots bedacht ik met dat de arme man ook het podium weer af moest en snel haaste ik me terug naar de backstage ruimte. Gek genoeg was alle security verdwenen. Ik hoorde Sly nog zingen, dus besloot een blikje cola te pakken uit een lokale ijskast. Ik draaide me om en wie liep daar op armlengte langs? Sly Stone. Zijn bodyguard aan de andere kant. Ik had hem zo kunnen knuffelen. Hij had de microfoon nog in zijn hand, waardoor ik valselijk tot de conclusie was gekomen dat hij nog op het podium stond. Lutelle secondes later was de legende alweer verdwenen in zijn kleedkamer. Vijftien minuten op het podium? Misschien minder.
Maar ik heb op 30 cm. afstand van de Sly gestaan. Samen met drie andere heren. Stomverbaasd. Draai ik me om, stappen er een heleboel gemeen uitziende mensen uit 2 busjes en wie loopt daar? Snoop Dogg. Mijn dag kon niet meer stuk.
Lees hier een blog over het concert van Snoop Dogg.







